Terminal window of the Remote Utilities Viewer
Remote Utilities 7.9: Terminal-modus op elk platform, bestanden via het klembord. Meer informatie →

Terminal

Gebruik de modus Terminal om te werken in een opdrachtshell op de externe computer: Opdrachtprompt of PowerShell op een Windows-Host, bash, zsh of een andere geïnstalleerde shell op een macOS- of Linux-Host. De shell draait op de externe computer; de Viewer toont de uitvoer ervan en verzendt uw toetsaanslagen, zonder een sessie met het externe bureaublad.

Terminal werkt vanuit elke Viewer naar elke Host:

  • Vanuit: Viewer voor Windows, macOS of Linux, en de mobiele app voor iOS en Android.
  • Naar: Host 7.9 of later voor Windows (Windows 10 en later), en Host 2.1.1 of later voor macOS en Linux.

De modus Terminal moet zijn toegestaan op de Host (Instellingen voor Host → Modi) en voor uw gebruikersaccount. Bij een oudere Host, of als de modus niet is toegestaan, meldt de Viewer dit direct na het aanmelden en wordt de terminal niet geopend.


De modus Terminal starten

  1. Selecteer op het tabblad Algemeen de optie Terminal en dubbelklik op de doelverbinding in uw adresboek.
  2. Voer het toegangswachtwoord in en klik op OK.
  3. Het startvenster van Terminal verschijnt. Kies de shell en de gebruikerscontext (zie hieronder) en klik op Uitvoeren. Startvenster van Terminal: de lijst Shell en de opties voor Gebruikerscontext Systeem, Huidige gebruiker en Besturingssysteemaccount
  4. Het terminalvenster wordt geopend met de shellprompt. Typ opdrachten zoals u dat in een lokale console zou doen.

De shell kiezen

De lijst Shell komt van de Host en toont dus wat er werkelijk op de externe computer is geïnstalleerd:

  • Windows-Host: Opdrachtprompt, Windows PowerShell en, als die is geïnstalleerd, PowerShell 7.
  • macOS- en Linux-Host: Standaardshell (de aanmeldingsshell van het account waaronder de terminal draait) en de shells die op het systeem zijn geïnstalleerd, zoals bash, zsh, sh of fish.

De keuze wordt per verbinding onthouden: een server die u altijd vanuit PowerShell beheert, wordt de volgende keer in PowerShell geopend.


De gebruikerscontext kiezen

De optie Gebruikerscontext bepaalt onder welk account de shell draait:

  • Systeem—het account van de Host-service zelf: SYSTEM op Windows, root op macOS en Linux. Altijd beschikbaar, ook als er niemand op de externe computer is aangemeld. Dit is een shell met volledige rechten op de externe computer; wees voorzichtig met de opdrachten die u erin uitvoert.
  • Huidige gebruiker—de gebruiker die op dit moment op de externe computer is aangemeld. De optie toont de gebruikersnaam en is grijs weergegeven als er niemand is aangemeld.
  • Besturingssysteemaccount—voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in van een willekeurig lokaal account of domeinaccount op de externe computer. De shell draait onder dat account, met het bijbehorende profiel en de bijbehorende omgeving, of de gebruiker nu is aangemeld of niet. Gebruik dit wanneer een script als een specifiek serviceaccount moet worden uitgevoerd, of wanneer de sessie dezelfde sporen moet achterlaten als die gebruiker zou doen.

Besturingssysteemaccount is standaard uitgeschakeld. Wilt u het inschakelen, open dan Instellingen voor Host, ga naar Modi en selecteer Terminal: aanmelden met een besturingssysteemaccount toestaan. De optie is niet beschikbaar in Agent of in de mobiele app.

Instellingen voor Host, pagina Modi: Terminal: aanmelden met een besturingssysteemaccount toestaan

Het terminalvenster

Het terminalvenster toont de uitvoer van de shell en verzendt wat u typt. Consoleprogramma's die het hele scherm gebruiken of met de muis werken, zoals vim, mc, htop of FAR Manager, werken zoals in een lokale terminal.

Terminalvenster van de Viewer voor Windows met htop op een Ubuntu-Host
  • Starten, Opnieuw starten en Stoppen bedienen de shell. Stoppen beëindigt de shell op de externe computer; de uitvoer blijft in beeld totdat u het venster sluit. Opnieuw starten start een nieuwe shell met de huidige shell en gebruikerscontext, bijvoorbeeld nadat de shell is afgesloten of de verbinding is verbroken.
  • Als u een andere shell of gebruikerscontext kiest, wordt de sessie opnieuw gestart met de nieuwe instellingen.
  • Kopiëren en plakken werken met het klembord van uw computer. Selecteer tekst met de muis om die te kopiëren; bij plakken wordt de tekst van het klembord bij de prompt getypt.
  • Zoomen wijzigt de tekstgrootte; de terminal wordt aangepast aan het nieuwe aantal kolommen en rijen, en actieve programma's worden opnieuw getekend zodat ze passen.
  • Het venster bewaart 5000 regels uitvoergeschiedenis om terug te schuiven.

Als u het terminalvenster sluit, wordt de shell op de externe computer beëindigd, samen met de programma's die erin zijn gestart. Wilt u dat een programma op een macOS- of Linux-Host blijft draaien nadat u weggaat, start het dan binnen tmux of screen en koppel los voordat u sluit.

Terminalvenster van de Viewer voor macOS met Midnight Commander op een Ubuntu-Host, met de keuzelijsten voor shell en gebruikerscontext op de werkbalk

Mobiele app

De mobiele app heeft dezelfde modus, aangepast aan een aanraakscherm. Een toetsenbalk boven het schermtoetsenbord voegt de toetsen toe die een telefoon niet heeft: Esc, Tab, Ctrl, Alt, de pijltoetsen, Home, End, Page Up en Page Down, Ctrl+C en de functietoetsen. De uitvoer kan worden doorgeschoven, lang indrukken selecteert tekst om te kopiëren, knijpen wijzigt de tekstgrootte, en in liggende stand krijgt u een terminal van 100 kolommen.

Terminal staat in het menu met verbindingsmodi van een verbinding, kan worden ingesteld als standaardactie bij tikken en is met één tik bereikbaar vanuit de werkbalk van een actieve sessie met extern beheer. Ook hier worden de shell en de gebruikerscontext (Systeem of Huidige gebruiker) per verbinding onthouden. De ingebouwde help van de mobiele app bevat een volledig hoofdstuk over Terminal.

Terminal op een iPhone met htop op een Ubuntu-Host Terminalopties op een iPhone: Shell, Gebruikerscontext, Opnieuw starten, Stoppen en Tekstgrootte

Gerelateerde artikelen